Hier staan verschillende soorten spelletjes! Aan tafel, in een kring, binnen, buiten, etc.




 

Baas en knecht

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 10-15 minuten

Binnen en buiten


Bij dit spel zitten of staan er twee spelers tegenover elkaar met bijvoorbeeld een boek in de hand. De ene is de baas, de ander de knecht. De baas maakt telkens een beweging, de knecht moet dat nadoen. Alleen is de knecht niet gehoorzaam! Hij doet telkens het tegenovergestelde! Doet de baas zijn boek open, doet de knecht zijn boek dicht, enzovoorts.


 


 

 Monstertikkertje

Leeftijd: 4-8 jaar

Duur: 15 minuten

 

1 Kind wordt de tikker. Het monster dus. Hij mag kiezen welke kleur monster hij wil zijn. Ook mag hij zelf een geluid erbij bedenken die hij de hele tijd vol kan blijven houden. De andere kinderen doen dit geluid na, zodat het bij iedereen duidelijk is.

Dan spelen we tikkertje. Het monster gaat zoveel mogelijk andere kinderen tikken. Die worden vervolgens ook monsters! We gaan door tot de tijd om is of dat alle kids monsters zijn geworden.



 A-Bloem-C spel

Leeftijd: 7-12 jaar

Duur: 30 minuten

Binnen en buiten

 

Dit spel heb ik zelf gemaakt. Het bestaat uit 2x24 kaartjes met de letters van het alfabet (de q en x zijn weggelaten) en 2x een bloem met 6 losse bloemblaadjes.

De kids moeten de letters in groepjes van 4 leggen. Vervolgens gaan ze per groepje letters voorwerpen zoeken. Als ze dus de A-K-J-T hebben liggen, kunnen ze een Appel, Klei, Jas en Tas neerleggen. Zodra ze zo'n groepje klaar hebben krijgen ze een bloemblaadje voor hun bloem. Is de bloem helemaal vol, dan heeft het groepje gewonnen.

Dit speel je met twee groepjes, allebei met begeleiding om te checken of het goed gaat. Ga dit spel wel ergens spelen waar genoeg voorwerpen vandaan zijn te halen.


 

Sterrenslag


Leeftijd: 4-8 jaar

Duur: 60 minuten

Binnen en buiten

 

Sterrenslag is een ander woord voor spelletjesdag. Er kunnen dus verschillende (korte) spelletjes worden gespeeld met de kids. Een aantal ideeen (die op deze website verder staan uitgelegd):

- Snoepspelletjes >> snoepmemory / koekhappen / snoephappen / snoep-pik-spel
- Levend kwartet
- Ei-wekker-zoekspel
- Stoelendans
- Ringgooien
- Sjoelen
- Zaklopen
- Touwtrekken
- Ballengooien

Leuke optie: de kinderen krijgen een blad mee waar alle spellen op staan. De spellen staan al klaar om gespeeld te worden, evt met een vrijwilliger of leidster erbij. De kinderen worden in groepjes verdeeld (of tweetallen bijv) en gaan zelf kiezen welk spel ze eerst gaan doen, welke daarna, enz. De punten worden telkens opgeschreven op het blad.
Als je geen vrijwilligers kunt gebruiken kun je de groepjes misschien onderverdelen onder het aantal leidsters dat op de BSO staan die dag. Dan houden zij de punten bij.


 


Snoepspelletjes

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: per spel 10 minuten

Binnen

 

- Snoepmemory = Pak een aantal verschillende soorten snoepjes. Van elk twee. Doe deze individueel onder bekertjes. de kinderen moeten telkens twee bekertjes optillen om te kijken of hetzelfde snoepje eronder ligt. Is het goed, dan mag het kind de snoepjes houden en nog een keer. Is het fout, dan is de volgende aan de beurt. Kijk aan het eind van het spel of alle kids evenveel snoepjes hebben en bemiddel daar eventueel wat in.
- Koekhappen = Het welbekende oude spel. Je hangt peperkoek aan een draad en dat draad hang je op. Kids moeten zonder handen proberen de peperkoek op te eten.
- Snoephappen = In een bak met water stop je een snoepje in een papiertje (zuurtje o.i.d.). Andere snoepjes worden vies in het water. De kids moeten met hun hoofd in het water en proberen met de mond het snoepje te pakken. Als beloning kun je bijv een ander snoepje geven of die ze hebben gepakt laten houden.
- Snoep-Pik-Spel = De kids zitten rond de tafel waar een hoopje met snoepjes ligt. Een kind gaat even op de gang. De andere kinderen kiezen er 1 snoepje uit die 'het' wordt. Dan komt het kind van de gang terug. Die mag nu telkens 1 snoepje pikken. Die mag hij houden. Maar zodra het snoepje wat gekozen is door de andere kids wordt gepakt, dan is de volgende aan de beurt. Die gaat weer op de gang, enz. Kijk aan het eind van het spel of wel iedereen evenveel snoepjes heeft en bemiddel daar evt in.


 


Olifant-Muis-Leeuw

Leeftijd: 4-8 jaar

Duur: 30 minuten

Buiten

 

Er zijn twee teams. Elk team heeft kaartjes: 18 Olifanten, 18 muizen en 18 leeuwen. Het spel werkt net als met steen-papier-schaar voor degenen onder ons die dag kennen.

De olifant verslaat de leeuw, omdat de olifant natuurlijk groter is.
De leeuw verslaat de muis, die lust wel zo'n lekker hapje.
De muis verslaat de olifant omdat de olifant bang is voor de muis!!

De kinderen kunnen elkaar verslaan door elkaar te tikken. Ze worden verdeeld in de twee teams. Elk team heeft een teamleider. Vervolgens moeten ze allebei aan een kant van het speelveld gaan staan en krijgen ze een kaartje van de leidster. Ze rennen het speelveld op en tikken elkaar. Dan kijken ze wie er wint! Het gewonnen kaartje mag naar de eigen teamleider, zo kan er gekeken worden wie het meest van de andere team heeft verslagen. Als je een kaartje kwijt bent haal je een nieuwe bij je teamleider.

Om het moeilijker te maken: kan leuk in een speeltuin of bos. Elk team krijgt een soort vlag om te verstoppen. Het idee is dan om de vlag te vinden van het andere team, maar onderweg kun je nog steeds getikt worden door de anderen!!


 

Speurtocht zelf maken

Leeftijd: 8-12 jaar

Duur: 60-90 minuten 

Buiten

 

De kids worden in 2 groepen verdeeld. Beide groepen krijgen in het dorp of in de stad een gebied aangewezen waar ze de speurtocht gaan maken. Het is namelijk de bedoeling dat ze voor het andere groepje een speurtocht maken. Spreek van te voren goed af hoeveel opdrachten erin komen, hoeveel vragen, enzo. Vervolgens bedenk je een tijdstip waarop ze terug moeten zijn.

In de speurtocht vertrek je dus van waar iedereen bij elkaar komt. Met stoepkrijt kunnen ze pijlen op de weg tekenen en de vragen/opdrachten schrijven. Zo maken ze dus in de bepaalde tijd een speurtocht.

Als ze op de gezamenlijke plaats terug zijn kunnen ze die van elkaar gaan lopen.


 


Hand op je hoofd

Leeftijd: 4-12 jaar


Duur: 20-30 minuten

Binnen en buiten


De spelers zitten in een kring. Omstebeurt gooit iemand de dobbelsteen. Bij elk cijfer van de dobbelsteen hoort een beweging. De hele groep moet deze beweging doen. Wie laatst is, is af of krijgt een strafpunt. Het ligt eraan met hoeveel spelers je bent. Doe je het met 10 kids, dan is strafpunten bijhouden misschien lastig. Dan kun je beter iemand 'af' laten zijn. Alleen moet je dan bedenken wat die kids in de tussentijd kunnen doen zodat ze zich niet gaan vervelen. Misschien helpen observeren of iedereen het wel goed doet.

De bewegingen kunnen bijvoorbeeld zijn:

1- hand op je hoofd leggen
2- achter je stoel gaan staan
3- linkerhand op rechter schouder van buurman leggen
4- 'goeiemiddag' zeggen en zwaaien
5- rondje om je stoel heen lopen en weer gaan zitten
6- een keer opspringen en weer gaan zitten

 


 

Muziek in spel

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 30 minuten (totaal alle spellen)

Binnen en buiten

 

Er zijn met muziek verschillende spelletjes te doen:

1. Elk kind bedenkt voor zichzelf een geluid. Bijvoorbeeld dat van een dier. Laat de kinderen elkaar horen wat voor geluid ze hebben bedacht. Vervolgens loopt de leidster kriskras door de kinderen heen en gaat een soort liedje maken met de geluiden van de kids. Zodra een kind namelijk de hand van de leidster op zijn hoofd voelt, mag hij zijn geluid maken.

2. Neem iets waar je op kunt trommelen of klap in je handen. Bij elke klap moeten de kinderen een stap zetten. Klap je niet, dan moeten ze doodstil staan. Jij bepaalt dus het tempo waarop ze lopen. Je kunt ze laten rennen en dan weer slowmotion.

3. Zet de muziek aan. Alle kinderen mogen nu dansen. Zodra de muziek stopt, staat iedereen doodstil. Wie beweegt is af.

4. De muziek speelt en de kinderen dansen. Van te voren roept de leidster een figuur, bijvoorbeeld een kring. Zodra de muziek stopt moeten ze zo snel mogelijk in een kring staan.

5. Memory. Twee kinderen gaan op de gang staan. De andere kinderen vormen tweetallen en bedenken een beweging of geluid. Dan gaat iedereen door elkaar staan. De twee kinderen die op de gang stonden mogen het spel spelen bij wijze van spreken. Ze wijzen omstebeurt twee kinderen aan die hun beweging of geluid gaan doen. Is het goed, dan mogen die twee kids achter diegene gaan staan. Is het fout, dan is de volgende.

 


 

Kaartspel Hoi Boer

Leeftijd: 8-12 jaar

Duur: 15-30 minuten

Binnen en buiten


Dit spel kan gespeeld worden met 4 personen. De kaarten van het kaartspel worden eerlijk verdeeld over de spelers. Deze legt iedereen op een stapel ondersteboven.

De speler links van de deler begint. Hij legt een kaart met het plaatje naar boven in het midden van de tafel. Als het een kaart van 2 tot en met 10 is, gebeurt er niets. Maar zodra het een plaatje is, komt het volgende:

Aas: sla met platte hand op de stapel kaarten in het midden.

Heer: ga staan en maak een militaire groet.

Vrouw: leg een hand op de linkerschouder van je rechtermedespeler en zeg "dag vrouw!".

Boer: hand opsteken als groet en zeg "Hoi boer!"

Degene die het fout doet of als laatste is, moet alle kaarten op zijn stapel leggen. Eerst schudden, dan verder spelen.

Degene die als eerste al zijn kaarten kwijt is, wint.



 

Blinde detective

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen en buiten


Alle spelers staan in een kring. Een iemand wordt geblinddoekt of verlaat de ruimte. In de tussentijd ruilen twee spelers iets met elkaar. Bijvoorbeeld een bril, pet, hun schoenen... Maakt niet uit! Als de ander terugkomt moet die gaan uitvinden wat er is veranderd.




 

 Eiwekker-zoekspel

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 30-60 minuten

Binnen en buiten


Dit spel kan binnen en buiten gespeeld worden. Ik neem het voorbeeld van het binnen spelen. Bij dit spel is een spelleider nodig. Deze stuurt de groep kids die meedoen even naar buiten. Ondertussen verstopt hij de eierwekker ergens binnen. Waar en hoe maakt niet uit, als je hem maar kunt horen. Zet de eierwekker op een bepaald aantal minuten.

Vervolgens bedenkt de spelleider een code om te ontcijferen. Deze code bestaat uit bijvoorbeeld gekleurde papiertjes. De groep moet dus de wekker zoeken, en vervolgens binnen de tijd de code ook nog eens kraken.

De kinderen komen binnen en moeten op zoek naar de eierwekker. Hoe stiller ze zijn, hoe makkelijker het wordt. Dat is het moeilijke aan het spel!! Als iemand de wekker heeft gevonden, moet die de code nog kraken. Dat kan op verschillende manieren. De makkelijkste manier is bijvoorbeeld een code van vier gekleurde papiertjes. Het kind of het groepje legt ze op een bepaalde volgorde, de spelleider zegt vervolgens per papiertje of die goed ligt of niet, en of die er wel in zit of niet. Je kunt dit zo makkelijk of moeilijk maken zoals je wilt. 

Voor de jongste kinderen is het een idee om de code helemaal weg te laten. Je verdeelt de kids dan in bijvoorbeeld twee of drie groepjes en laat ze dan tegen elkaar strijden. Eventueel kunnen de kinderen zelf de eierwekker verstoppen!

 



 

 Moordenaartje

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen en buiten


De kinderen zitten in een kring. Het kind wat straks in het midden komt te staan (de politie) gaat eerst even weg. In die tijd wordt er in de kring iemand aangewezen die de moordenaar wordt. Deze gaat straks de andere kinderen ' vermoorden'  door de tong uit te steken naar andere kinderen. De politie staat dan in het midden en moet goed opletten. Kan hij het raadsel oplossen? Wie is de moordenaar?



 


Kringspel Omgekeerde Wereld

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 15 minuten

 

Alle spelers zitten in een kring op stoelen. Één speler staat in het midden. Plots gaat hij voor een andere speler staan en zegt bijvoorbeeld "Dit is mijn oor" en wijst daarbij zijn voet aan. De andere speler moet het omgekeerde daarvan doen. Dus: "Dit is mijn voet" en dan zijn oor aanwijzen. Lukt dat niet goed, dan moet de ander in het midden staan en het bij iemand anders proberen met iets nieuws.

 


 


Kringspel Cactus

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 10 minuten


De kinderen zitten in een kring op de knieen op de grond. Één van hen wordt even naar buiten gestuurd. Intussen wordt er in de kring een bloem aangeduid. De rest is allemaal cactus. De ander mag weer naar binnen en gaat dan in het midden staan. Deze gaat dan omstebeurt bij kinderen op schoot zitten. Zit hij bij een cactus op schoot dan wordt hij in de billen geknepen. Zit hij bij de bloem op schoot dan krijgt hij een knuffel of aai over de bol.

  



 


 Kringspel Wisselspel

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

 

De kinderen zitten op stoelen in een kring. Iedereen krijgt een nummer. Als er 12 kinderen zijn worden er bijvoorbeeld 4 verschillende nummers benoemd, zodat er bij elke keer 3 kinderen moeten wisselen van plaats. Degene in het midden noemt het nummer. Alle kinderen met dat nummer moeten dan wisselen van stoel. Degene in het midden moet dan een plekje zien te bemachtigen!



 


 Zoekspel met dieren

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 30 minuten

Binnen en buiten

 

Nodig:

- Zoekblad per groep in verschillende kleuren

- Kaartjes van de dieren in verschillende kleuren

- Puzzelstukjes (evenveel als kaartjes)

 

De kinderen worden verdeeld in groepjes; bijvoorbeeld groepje blauw, groen en geel. Elk groepje krijgt een zoekblad in de eigen groepskleur met daarop de afbeeldingen van de dieren die op de kaartjes staan en die ze moeten gaan zoeken.

De kaartjes zijn verstopt in een ruimte binnen of liggen verspreid (en door elkaar) over een groot veld op de grond buiten.

 

Per beurt krijgen de kinderen toegewezen welk kaartje – dus welk dier – ze moeten gaan zoeken. Als ze die gevonden hebben, nemen ze het puzzelstukje dat vast zit aan dat kaartje mee terug naar de leiding. Ze krijgen een nieuw dier aangewezen die ze nu moeten gaan zoeken. Dit gaat door tot ze alle kaartjes hebben gevonden en dus ook alle puzzelstukjes hebben. Wie het eerst de puzzel volledig in elkaar heeft, heeft gewonnen.

 

Variaties:

-          De kaartjes met vragen erop maken voor de oudere kinderen. Ze moeten antwoord A, B of C doorgeven aan de leiding. Als dit goed is, verdienen ze een letter wat uiteindelijk het woord van de oplossing vormt.

-          De kaartjes met figuren maken voor de jongste kindjes. Driehoeken, vierkanten, rondjes, enzovoorts.

 


  

Dirigentje

Leeftijd 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen en buiten


De kinderen staan in een kring. 1 Iemand verlaat de kring even. Ondertussen wordt er in de kring iemand aangewezen die de dirigent wordt. De dirigent moet de rest van de kinderen aansturen door telkens een beweging te starten zonder geluid. Bijvoorbeeld in de handen klappen, springen, zwaaien, enzovoorts. De andere kinderen moeten snel de dirigent nadoen, zodat het voor degene in het midden lastig wordt om te zien wie nou elke keer als eerste weer die bewegingen start!



  

Levend Ganzenbord

Leeftijd: 4-8 jaar

Duur: 45 minuten

Binnen

 

Benodigdheden:

- A4tjes met nummers 1 tm 65

- Gekleurde A4tjes voor opdrachten

- Pionnen met kleur per groep

- Grote dobbelsteen

  

De kinderen worden verdeeld in groepjes; bijvoorbeeld rood, blauw en groen en geel. Allemaal hebben ze een eigen pion om te verzetten op het parcours.

Het parcours is aangegeven met A4-tjes op de grond in een slinger. Nummer  1 is het begin en nummer 65 het eind. Omstebeurt mogen de kinderen gooien met een grote dobbelsteen en de pion zoveel stappen vooruit zetten.

Onderweg kunnen de kinderen komen te staan op een gekleurd A4-tje. De invulling van deze gekleure papieren kan varieren van een vraag tot een groepsopdracht of spelverandering (2 stappen terug, 3 vooruit of beurt overslaan bijvoorbeeld).

Wie het eerst op nummer 65 uitkomt heeft gewonnen.

 


 


Simon zegt

Leeftijd 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen en buiten


De kinderen staan in een kring. 1 Iemand is Simon. Simon geeft telkens aan wat de andere kinderen moeten doen. Bijvoorbeeld: "Simon zegt....klap in je handen!". Alle kinderen moeten nu in de handen klappen. Wanneer er wordt gezegd: "Klap in je handen!" moeten ze dit vooral niet doen. Dan zijn ze af. Het gaat er dus om dat de kinderen alleen de opdrachten doen als er "Simon zegt..." wordt gezegd!


  Annemaria Koekoek

Leeftijd 4-9 jaar

Duur 15 minuten

Binnen (als je veel ruimte hebt) en buiten


Een iemand gaat bij een muur staan. De andere kinderen staan daar minstens 10 meter vandaan achter een lijn. Degene bij de muur zegt hard "Annemaria Koekoek!" en kijkt dan snel om. De kinderen zijn nu verplaatst naar voren (richting het kind bij de muur) en moeten als een standbeeld stilstaan als diegene omkijkt. Wie beweegt moet opnieuw achter de lijn beginnen. Wie is als eerste bij de muur en mag als volgende Annemaria Koekoek roepen?



 


Levend memory

Leeftijd: 7-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen

 

De kinderen vormen tweetallen. 1 Tweetal gaat even op de gang staan – zij spelen het spel. De andere kinderen bedenken samen een beweging of geluid die ze precies hetzelfde uit gaan voeren. Als iedereen zoiets heeft bedacht gaan ze verspreid door de ruimte staan. De twee kinderen op de gang gaan nu omstebeurt twee kinderen aanwijzen. Die moeten hun beweging laten zien. Als deze hetzelfde zijn, heeft degene die het heeft geraden 1 punt. Is het goed geraden, mag diegene nog een keer. Is het fout geraden, dan is de ander aan de beurt. Wie heeft de meeste tweetallen bij elkaar gevonden?



 


Levend vier op een rij

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 30 minuten

Buiten

 

De kinderen worden verdeeld in 2 groepen. Bijvoorbeeld groep rood en groep groen. Met schmink of lintjes wordt aangegeven bij welke groep het kind hoort.

Op de grond is een spelbord uitgetekend met stoepkrijt. Het gaat hier om evengrote vakjes. Het aantal moet telkens evenveel zijn. Met weinig kinderen is 4x4 al genoeg, maar het leukste is om het spel groot te maken, bijvoorbeeld 6x6 vakjes.

Omstebeurt stapt er een kind uit het groepje op een vakje ergens in het spel. Ze moeten met het groepje proberen met z’n vieren op een rij te komen staan. Dit mag horizontaal, verticaal, maar ook diagonaal! Het andere groepje probeert hetzelfde te doen, maar moet ook opletten dat het andere groepje niet sneller is!


 Uitdaagspel

Leeftijd: 10 -12 jaar

Duur: EEN HELE WEEK!!    (..leuk op kamp!)

Binnen en buiten

 

Benodigdheden:

- waslijn met alle namen van de kinderen op kleine kaartjes

- mogelijkheden voor uitdagingen

 

De namen van alle kinderen die aanwezig zijn hangen op kaartjes aan een waslijn zonder bepaalde volgorde. Het is de bedoeling dat elk kind probeert zoveel mogelijk links op de waslijn terecht te komen. Degene die al links staat moet dat proberen zo te houden, degene die helemaal rechts staat moet flink zijn best gaan doen zover mogelijk naar links te komen.

Hoe je naar links gaat is door een ander kind uit te dagen. Je mag het kind dat links naast jou hangt uitdagen, maar ook het kind wat dáár naast hangt (links). Je kunt dus in 1 keer ook 2 plaatsen opschuiven.

Uitdagen kan bijvoorbeeld door:

- Beschuitfluiten (beschuitje eten en proberen als eerste te fluiten)

- Een pak kaarten op een fles leggen en omstebeurt kaarten eraf blazen. Wie de laatste kaart erafblaast heeft verloren

- Wie het langst op 1 been kan staan

- Wie het meest aantal keer kan touwtjespringen

- Wie het langst kan hoelahoepen

- Wie het snelst naar de overkant kan rennen

- Steen, papier, schaar

- Een spelletje als schaken/dammen/kwartet

- Enzovoorts…

 

Voorbeeld: Pietje staat rechts op de waslijn en kan zowel Frank als Francine uitdagen, omdat die alletwee links naast hem staan. Hij kiest ervoor om Francine uit te dagen omdat hij dan (als hij wint) 2 stappen naar links kan zetten in 1 keer. Omdat Pietje Francine uitdaagt, mag Francine het spel kiezen. Zij kiest natuurlijk iets waar zij goed in is. Bijvoorbeeld een spel kwartet spelen. Als Frank wint, mag hij zijn kaartje ruilen met Francine. Als Frank verliest, verandert er niets. Hij mag nu Francine een half uur niet opnieuw uitdagen.


 


Menselijke knoop

Leeftijd 4-12 jaar

Duur: 10 minuten

Binnen en buiten

 

De groep staat in een kring. Alle kinderen houden allebei de handen omhoog en lopen zo naar het midden. Als iedereen tegen elkaar aanstaat pakken ze willekeurig 2 andere handen. Op deze manier volgt een menselijke knoop. Het is de taak aan het kind buiten de knoop om deze uit elkaar te halen. Er is echter 1 probleem... De knoop kan nergens los! Alle handen blijven elkaar dus vasthouden tot het eind.

Door de kinderen in de knoop opdrachten te geven (hier onderdoor, daar overheen, omdraaien,...) komt de knoop vanzelf een keer uit elkaar.


  

Stoelendans

Leeftijd 4-9 jaar

Duur: 10 minuten

Binnen of buiten als je daar een radio kunt neerzetten

 

Benodigdheden:

- Stoelen

- Muziek

 

In de ruimte staan net zoveel stoelen als dat er kinderen zijn. De muziek wordt aangezet en alle kinderen dansen om de stoelen heen. Wanneer de muziek stopt, moet elk kind op een stoel gaan zitten. Na elke ronde wordt er 1 stoel weggehaald en dus valt er na elke ronde 1 kind af. Wie blijft het langst over en zit als laatste nog steeds op een stoel?

 

Variatie:

Stoelendans zonder stoelen. In plaats van dat er stoelen staan in de ruimte, moeten de kinderen zo snel mogelijk op hun billen op de grond zitten als de muziek stopt. Je bent af als je als laatste gaat zitten of niet goed op je billen zit.


 


Fopbal

Leeftijd: 6-12 jaar

Duur: 10 minuten

Buiten

 

1 Kind staat in het midden van de andere kinderen, die in een kring staan. De kinderen in de kring hebben allemaal de handen achter de rug. Het kind in het midden heeft een bal vast. Hij gooit de bal naar iemand... Of niet! Hij kan dus ook foppen. Wanneer hij fopt, en het andere kind laat toch de handen zien alsof hij hem wil vangen, is af! Je mag dus alleen je handen laten zien als de bal echt gegooid wordt en jij hem vangt. Ben je af, dan ga je even zitten en kun je het volgende rondje weer meedoen.


 Chinees voetbal

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 30 minuten

Buiten

 

Alle kinderen staan in een kring, met de benen wijd en de voeten tegen de buurman/buurvrouw aan. Zo ontstaat er een dichte kring. Een bal komt in het spel. Het is de bedoeling dat je de bal probeert bij een ander door het poortje te gooien. Je mag de bal tegenhouden met twee handen.

Wanneer de bal voor de eerste keer door je poortje gaat, mag je maar 1 hand gebruiken.

Wanneer de bal voor de tweede keer door je poortje gaat, moet je je omdraaien maar mag je wel weer allebei je handen gebruiken.

Wanneer de bal voor de derde keer door je poortje gaat, mag je omgedraaid nog maar 1 hand gebruiken.

Wanneer de bal dan nog eens door je poortje gaat, dan ben je helemaal af. Wie blijft het langst over?


 


Iemand is 'm, niemand is 'm

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

Buiten

 

Dit is eigenlijk baltikkertje, maar dan mag iedereen de bal pakken en een ander afgooien. Als je bent geraakt ga je aan de kant staan. Hoofd telt niet.



 


Vuur, water, spons

Leeftijd: 4-9 jaar

Duur: 30 minuten

Buiten

 

Benodigdheden:

- Kaartjes met vuur erop (15-20 stuks)

- Kaartjes met water erop (15-20 stuks)

- Kaartjes met een spons erop (15-20 stuks)

 

De kinderen krijgen allemaal een kaartje. Maakt niet uit welke. Ze gaan het veld op en tikken elkaar. Maakt niet uit wie. Ze laten elkaar het kaartje zien.

Vuur wint het van spons (die verbrandt), de spons wint het van water (slurpt het water op) en water wint het weer van vuur (die blust het vuur). Als je hebt gewonnen mag je het kaartje van de tegenstander innemen en brengen naar de leidinggevende, die ze bijhoudt.

Als je hebt verloren ga je bij de leiding een nieuw kaartje halen en ga je verder met het spel.

 

Variatie:

Je kan dit in 2 groepen doen. Dan moet je de kaartjes ook in 2 kleuren hebben. Dan kun je tegen elkaar strijden en kijken wie de meeste kaartjes kan verzamelen.


 


Omgekeerd verstoppertje

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 15 minuten

Buiten

 

In plaats van dat alle kinderen gaan verstoppen en eentje gaat zoeken, doen we nu dat er 1 kind verstopt en de rest moet gaan zoeken! Als je het verstopte kind hebt gevonden, ga je er gewoon stilletjes bijzitten. Nu maar kijken hoelang het duurt voordat iedereen het plekje gevonden heeft!


 


Boer en kippen

Leeftijd: 4-9 jaar

Duur: 20 minuten

Binnen en buiten

 

Er wordt een kring gevormd door de helft van het aantal kinderen. De andere helft gaat achter een ander kind staan in die kring. Zo krijg je een binnen- en een buitenkring. De buitenste kinderen zijn de boeren in het spel. De binnenste kinderen de kippen. Zij zitten op handen en voeten of op de hurken voor de boer. 1 Boer is kiploos en gaat proberen de kip van een ander te stelen. Dit doet hij door zijn tong uit te steken naar een kip. De kip moet dan naar de boer toe kruipen. De eigen boer probeert natuurlijk de kip tegen te houden! Lukt het wel, dan is er nu een andere boer kiploos, die hetzelfde naar een andere kip doet.


 Fruithapje

Leeftijd: 6-12 jaar

Duur:  15 minuten

Binnen en buiten

 

Alle kinderen staan in een kring (met jonge kinderen kun je het beste gebruik maken van hoepels waar je in moet staan) en krijgen een fruitsoort toegewezen. Appel, peer, banaan, kiwi, appel, peer, banaan, kiwi... En zo de kring rond tot iedereen een stuk fruit is. 1 Iemand gaat in het midden staan. Die roept een fruitsoort. Op dat moment moeten alle kinderen die dat stuk fruit zijn van plaats wisselen. Degene in het midden mag ook meedoen en probeert een plekje te bemachtigen zodat er iemand anders in het midden komt te staan. Roept het middelste kind ‘fruithapje!’, dan moet iedereen van plaats wisselen.


 


Drie is teveel

Leeftijd: 6-12 jaar

Duur: 30 minuten

Buiten

 

De kinderen vormen allemaal tweetallen en gaan verspreid over het veld zitten. In dit spel zijn er ook een tikker en een renner. De renner mag aansluiten bij een tweetal, waar dan ineens de derde moet gaan rennen!

 

Dit spel kan ook in kringvorm gespeeld worden met een binnen- en buitenkring. De tikker en renner rennen om de kring heen. Als de renner voor een tweetal gaat staan, moet de achterste snel wegrennen voor de tikker.


  

 Handenklapkring

Leeftijd: 10-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen

 

Alle kinderen zitten in een kring. Je legt je linkerhand op de knie van de persoon links van je, en je rechterhand op de knie van de persoon rechts van je. Zo zijn alle handen gekruisd. Het is de bedoeling de handen nu in volgorde te laten slaan op de benen.

De linkerhand van A, de rechterhand van B, de linkerhand van C, de rechterhand van B, enzovoorts. Als er twee keer op een been geslagen wordt, gaat het klappen de andere kant op.


  

 Krantenmeppertje

Leeftijd: 4-9 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen

 

Alle kinderen zitten in een kring. Een iemand staat in het midden met een opgerolde krant vast. Er wordt een naam geroepen van een kind in de kring. Degene in het midden moet nu proberen op de benen van dat kind te slaan. Als die op tijd een andere naam roept, is die veilig. Nu moet de krantenmepper naar het andere kind toe. Als het raak is, gaat degene die geraakt is in het midden staan.


  

 Trefbal

Leeftijd: 7-12 jaar

Duur: 30 minuten

Buiten

 

De kinderen worden verdeeld in 2 groepen. Ze hebben allebei een eigen speelveld. In het algemene veld is er een middenlijn, waar niemand overheen mag. Er wordt een bal in het spel gegooid. Het is de bedoeling de kinderen van het andere team af te gooien door ze met de bal te raken. Hoofd telt niet, afweren niet toegestaan (tenzij duidelijk van te voren afgesproken hoe).

Als je af bent, ga je aan de eigen (zij)kant staan. Wanneer er een vangbal is gemaakt door je eigen team, mag je terug het veld in. Degene die de bal gooide die gevangen is, is dan af.

 

Variatie:

- Een achterveld maken. De kinderen die af zijn, gaan aan de overkant in het achterveld staan. Zo kunnen de kinderen dus van twee kanten worden geraakt. Het is natuurlijk de kunst om samen te werken met je eigen veld en het achterveld om zoveel mogelijk andere kinderen te kunnen raken.

- Zet 3 pionnen op de pun t bij de achterlijn van elk team. Het spel eindigt als alle kinderen af zijn gegooid, of als de pionnen allemaal om zijn.


 


 Rotte eieren

Leeftijd 7-12 jaar

Duur: 20 minuten

 Buiten

 

De kinderen staan in een kring. In het midden staat een kind dat de bal omhoog gooit en daarbij de naam roept van een ander.  Het kind van wie de naam genoemd wordt vangt de bal zo snel mogelijk op en roept STOP! Tot het stopsein is gegeven mogen alle andere kinnen wegrennen. Daarna moeten ze stil blijven staan. Het kind dat de bal nu vast heeft moet proberen iemand anders te raken. Daarbij mag hij maximaal drie grote stappen nemen. Wanneer het kind niemand kan raken of misgooit heeft het een ‘rot ei’ (een soort strafpunt). Wanneer het kind wel iemand geraakt heeft geeft hij die andere een ‘rot ei’. Het is de bedoeling zo min mogelijk van die rotte eieren te krijgen! De kinderen houden zelf bij hoeveel rotte eieren ze hebben. De leiding houdt het bij om te kijken of niemand valsspeelt.


 


 Blind natekenen

Leeftijd: 8-12 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen

 

De kinderen vormen tweetallen en gaan met de rug tegen elkaar zitten. De ene heeft een tekening vast, de andere een leeg vel en een potlood. Het is de bedoeling dat ze elkaar gaan uitleggen hoe ze de tekening na moeten tekenen zonder dat de ander kan kijken hoe de tekening eruit ziet. Deze mag ook geen vragen stellen!

Bij het wisselen wel een andere tekening gebruiken! Eens kijken wie er het dichtst bij de echte tekening zit!


 


 Besluipen

Leeftijd: 4-9 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen en buiten

 

1 Kind zit op een afstandje van de rest, op de knieen, met de handen voor de ogen. Voor dat kind licht een voorwerp wat enigszins geluid maakt (of juist niet-  bewuste keuze). Een ander kind wordt aangewezen om te besluipen. Hij probeert het voorwerp te stelen zonder dat die gepakt wordt.


 


Levend kwartet

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 30 minuten

Binnen en buiten

 

De kinderen worden verdeeld in vier groepjes en staan elk in een hoek van het speelveld. Ze hebben allen vier kaarten gekregen. In het spel bevinden zich 5 kwartetten. In het midden van het speelveld liggen nu 4 spelkaarten, ondersteboven, zodat je niet ziet welke het zijn. De kinderen moeten proberen een kwartet bij elkaar te krijgen door een kaart te ruilen met eentje die in het midden ligt. In het midden blijven dus altijd vier kaarten liggen. Ze mogen maar 1 kaart per keer ruilen en rennen omstebeurt. Wie het eerst 4 kaarten bij elkaar heeft!

Dit kan ook met drie groepjtes. Dan liggen er gewoon meer kaarten in het midden.

 

Voor de jongste kinderen zijn spelkaarten al lastig. Een optie is om 1 kleur papier te nemen, even grote "kaartjes" te maken met dan telkens een gekleurde stip erop. Dus als je zwart papier kiest krijg je 4 zwarte papieren met bijv roze stippen, vier zwarte papieren met bijv rode stippen, vier met geel, vier met blauw en vier met groen.

 

Variatie:

Alle kinderen hebben in hun hoekje 1 hoepel, 1 pion, 1 bal en 1 blokje liggen. Het is de bedoeling dat ze 1 voor 1 gaan rennen naar een ander groepje en iets meenemen. Wie als eerste vier materialen bij elkaar heeft, heeft gewonnen. Deze variatie is leuk voor de oudere kinderen.


 


Douanespel

Leeftijd: 6-12 jaar

Duur: 60 minuten

Buiten

 

De kinderen worden verdeeld in 2 grote en 1 kleine groep (douane). De 2 grote groepen spelen tegen elkaar om zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen (te smokkelen). De kleinere groep gaat ze allemaal proberen tegen te houden. Een leider is het algemene punt met de geldpot waar de groepen het geld vandaan halen. Alle kinderen proberen bij de leider te komen zonder getikt te worden. Zijn ze daar, dan mogen ze 1x (blind) grabbelen en 1geldbriefje meepakken. Deze moeten ze (weer zonder getikt te worden) terugbrengen naar de leider van de eigen groep.

Met maar 2 leiders kun je het spel ook met twee groepen kinderen spelen. Zo heb je 1 groep smokkelaars en 1 groep douane.


 


 Oudhollandse spelletjes

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 75 minuten

Binnen en buiten

 

-          Eierrek gooien: Je hebt een groot eierkarton nodig. Schrijf met een stift bij verschillende vakjes punten. Neem een munt of balletje (is moeilijker). En ga op ca. twee meter afstand (achter een streep) van het eierkarton staan. Het is nu de bedoeling om de munt of bal in één van de vakjes te gooien. Natuurlijk is het de bedoeling dat je een zo hoog mogelijk aantal punten weet te scoren.
Iedere deelnemer krijgt drie pogingen. Je moet de punten bij elkaar optellen.

-          Spijkerslaan: Met een stevige hamer moeten de deelnemers een spijker met zo min mogelijk klappen in een balk slaan. Het is belangrijk om de veiligheid te waarborgen. Laat dus niet te kleine kinderen meedoen aan dit spel.

-          Koekhappen: Hang aan een soort waslijn stukken ontbijtkoek (je rijgt deze eerst aan een touwtje en knoopt deze aan de waslijn). De deelnemers moeten met een blinddoek naar de waslijn lopen en zo snel mogelijk een stuk ontbijtkoek van de waslijn eten. Zodra de koek helemaal van de waslijn is stopt de tijd.

-          Hoefijzerwerpen: Zorg dat je drie hoefijzers hebt. Je slaat vijf paaltjes in de grond. De bedoeling is dat de deelnemers vanaf een meter of 6 een hoefijzer gooien. Het hoefijzer moet om een paaltje blijven liggen. Je kunt de paaltjes verschillende punten geven. Na drie worpen tel je de punten op die de deelnemers hebben gescoord.
Let op de veiligheid! Laat geen kinderen aan de zijkant en achterzijde van de “werpbaan” staan.

-          Klompenrace: Zet een parcours uit van ca. 300 meter. Zorg voor een aantal hindernissen. Denk hierbij aan slalom rondom een aantal paaltjes, etc. De deelnemers gaan in tweetallen van start op klompen. Het gaat in dit geval om de tijdsnelste. Dit wil zeggen dat je van beide deelnemers de tijden noteert in seconden

-          Spijkerpoepen: Twee kinderen spelen tegen elkaar. Ze proberen zo snel mogelijk de spijker (die aan een touwtje om het middel hangt) in een fles te ‘poepen’. Ze mogen geen handen gebruiken!


 

Teken vangen

Leeftijd: 4-9 jaar

Duur: 15 minuten

Buiten

 

Alle kinderen krijgen drie knijpers aan de kleren te hangen. Dat zijn de zogenaamde teken. Ze proberen die kwijt te raken door die aan iemand anders te hangen. Maar pas op! Want anderen proberen die natuurlijk ook bij jou weg te hangen! Wie heeft uiteindelijk de minste teken aan de kleren hangen?


 


 Levend Steen-Papier-Schaar

Leeftijd: 7-12 jaar

Duur: 15 minuten

Buiten

 

De kinderen verdelen zich in 2 groepjes. Voordat het spel begint bespreken ze in hun groepje welke beweging ze maken. Steen, papier of schaar. Ook bespreken ze welke beweging ze maken als die hetzelfde blijkt als de tegenstander.

Vervolgens gaan de twee groepjes tegenover elkaar staan in rijen. Ze zeggen tegelijk "Steen, papier, schaar!" en doen dan met de handen hun beweging. Steen is een vuist maken, papier is hand plat en schaar is wijs- en middelvinger als een schaar naar voren.

Steen wordt verslagen door papier (wordt erin gewikkeld)

Papier wordt verslagen door schaar (wordt doormidden geknipt)

Schaar wordt verslagen door de steen (die slaat erop)

De groep die wint met de beweging moet proberen de andere groep te tikken. Die rennen natuurlijk zo hard mogelijk weg tot ze bij hun eindstreep zijn. 


 


Blindelings

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 20 minuten

Binnen en buiten

 

De kinderen vormen tweetallen. Ze spreken een bepaald geluid af. Bijvoorbeeld dat van een dier. Het ene kind krijgt nu een blinddoek voor, terwijl het andere kind verder weg loopt. Die gaat het geluid telkens opnieuw maken, waardoor het blinde kind hem kan vinden.

Daarna wisselen de rollen.


 Estafettes

Leeftijd: 4-12 jaar

Duur: 60 minuten

Buiten

 

-          Geef ‘m door: De kinderen zijn verdeeld in twee groepen die allebei een rij (achter elkaar) maken. De voorste heeft een bal vast en geeft die bovenlangs door aan de volgende. Die geeft ‘m onderlangs door aan de volgende, die weer bovenlangs, onderlangs, enzovoorts. Telkens als de voorste de bal door heeft gegeven, gaat die achter aansluiten, zodat de rij nooit ophoudt. Op die manier moeten ze een bepaalde route afleggen.

-          Loopestafette: De diverse groepjes zijn van gelijke aantallen en staan achter een lijn opgesteld. Op startteken loopt nummer één van iedere groep naar de overzijde en om het keerpunt terug naar de groep. Daar wordt nummer twee getikt die de opdracht eveneens uitvoert. En ga maar door. De spelers die hebben gelopen sluiten achter de eigen groep aan. De groep die het snelst weer in de oorspronkelijke opstelling staat, wint deze estafette.

-          Gemengde estafette: De diverse groepjes zijn van gelijke aantallen en staan achter een lijn opgesteld. Op het startteken van de spelleider lopen nummers één van de groep naar de overzijde en om het keerpunt terug. Na het tikken van nummer twee gaat deze bijvoorbeeld huppelen, nummer drie maakt onderweg een koprol, nummer vier doet de kreeftloop, nummer vijf hinkt, en nummer zes de snelloop.
De groep die het snelst weer in de oorspronkelijke opstelling staat, wint deze estafette.

-          Baldribbelestafette: Een speelruimte van ongeveer vijftien meter lengte en tien meter breedte. Op twee meter afstand is een keerpunt aangegeven. De diverse groepjes zijn van gelijke aantallen en staan achter een lijn opgesteld. Iedere eerste speler van de groep heeft een bal. Op startteken van de spelleider loopt nummer één van iedere groep naar de overzijde en weer terug en dribbelt daarbij met de bal. Bij terugkomst moet de bal worden gegeven aan de volgende speler van de groep en ga maar door. Welke groep doet dit het snelst?

-          Treinrace: De groepjes zijn van gelijke aantallen en staan achter een lijn achter elkaar opgesteld. Op startteken loopt nummer één van de groep naar de overzijde en weer terug. Bij de startlijn geeft nummer één aan nummer twee een hand, en beiden lopen de afstand. Zo koppelen de spelers om beurten aan zodat uiteindelijk de gehele groep gezamenlijk de afstand loopt (met beide handen vast) De groep die als eerste in de beginopstelling terug is, wint de race.

-          Letterestafette: De groepen staan naast elkaar achter een lijn opgesteld. Voor elke speler is er een letter. De spelleider roept een woord. Dat woord moet door de groep, met letters die de spelers al hebben, worden gevormd. De spelers met de betreffende letters van een woord moeten zich tussen twee pionnen opstellen met het gezicht naar de groep gekeerd, zodat het woord zichtbaar is. Maak de letters zelf: neem zes enveloppen. In elke envelop zitten de letters voor de groep. Ga uit van zes spelers per groep. Er zijn dan zes letters noodzakelijk. Neem hiervoor het woord: NEVELS. Zet elke letter op een vel papier (in blokletters), bijvoorbeeld A4-formaat. Begin met een woord van twee letters en bouw dit op tot zes letters. Zet een aantal voorbeelden op kaart, zodat ze gemakkelijk te gebruiken zijn, zoals EN, VEL, VEN, VEEL, LEVEN, NEVELS. Geef als laatste woord een doordenkertje, bijvoorbeeld EZEL. Als letter Z moet de letter N worden gebruikt, maar dan moet het een kwartslag worden gedraaid.

-          Dronkemansestafette: Estafette waar op het eindpunt snel een aantal keren gedraaid moet worden om een voorwerp.

-          Lepelestafette: De kinderen staan achter elkaar in een rij. De voorste haalt de lepel van boven tot onder het shirt door en geeft hem door. Die doet hetzelfde totdat de laatste klaar is.


 


 Wat ben ik

Leeftijd: 4-9 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen

 

De kinderen krijgen allemaal plaatje van een ding of een dier om de nek hangen (op de rug). Hij kan dus zelf niet zien wat hij is. Dat moet hij gaan raden door vragen te stellen aan de anderen in de groep. Hij staat hierbij midden in de kring zodat iedereen kan zien wat hij is. Het moet hier gaan om vragen waar alleen ja of nee op geantwoord wordt. Wie weet wat hij is?


 


Dierengeluidenspel

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 15 minuten

Binnen


De kinderen worden verdeeld in 2 groepjes. Bijvoorbeeld groepjes van 4. Je verzint van te voren 4 dierengeluiden. Als de groepjes uit elkaar gaan (1 in het lokaal, 1 op de gang) ga je de 4 geluiden verdelen over de 4 kinderen. De 4 kinderen in het lokaal zitten op een bankje naast elkaar. Tegenover dat groepje staat nog een bankje. Een voor een komen de kinderen van de gang naar binnen en gaan dan rustig tegenover iemand zitten. Hij/zij doet zijn/haar geluid. Degene tegenover doet hetzelfde. Als dit geluid hetzelfde is mag diegene blijven zitten. Als het een ander geluid is moet hij/zij terug naar de gang en dan is de volgende aan de beurt.


 


Levend Cluedo

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 60 minuten

Buiten

 

Voordat je dit spel kan gaan doen moet je een hoop voorbereiden. Of even mailen, dan stuur ik het op.
Het cluedo spel lijkt op de versie die staat onder "Grote spellen", maar is dan aangepast naar leeftijd. Er zijn 9 kaartjes met wie (Assepoester, Roodkapje, e.d.), 9 kaartjes met waar (in het bos, in het kasteel, e.d.) en 9 kaartjes met hoe (in het mandje, in de jaszak, ed.)
. Al deze kaartjes zijn gebaseerd op Disney en sprookjes. Dit houdt het herkenbaar voor de jongste kids.
Dan moet je van te voren een vehaal bedenken. Bijvoorbeeld dat er koekjes zijn gestolen. De kinderen moeten dan uit gaan vinden wie het gedaan heeft, hoe die het gedaan heeft en waar het nu is. Je haalt dus uit het hele spel 3 kaartjes weg die het antwoord vormen.

Alle kaartjes zijn er in 3 kleuren. Bijvoorbeeld groen, blauw en zwart. De twee groepjes - groen en blauw - krijgen hun kaartjes. Ik heb een antwoordbord gemaakt waar deze kaartjes met klittenband op vast kunnen worden gemaakt. De kinderen hangen ze dan op aan het klittenband. Dit zijn alle mogelijkheden in het spel. Groepje Groen en Blauw doen dit beide.
Dan zijn er nog de zwarte kaartjes. Deze komen in het spel.

De kinderen worden verdeeld in de twee groepjes. Allebei hebben ze een eigen "veilig" gebied en een speelveld ertussenin.
Uit elk team wordt er 1 tikker aangewezen, die op jacht gaat tegen het andere groepje. De rest moet namelijk kaartjes bij elkaar gaan stelen. De kaartjes die ze al hebben gekregen (allebei de helft van ALLE kaartjes) liggen telkens ondersteboven in het eigen speelgebied, net buiten het "veilig" gedeelte. Kinderen weten dan niet welk kaartje ze pakken als ze die bij elkaar gaan stelen.
Met het kaartje dat ze hebben 'gestolen' rennen ze terug naar het eigen "veilig" gebied. Daar kunnen ze ook niet meer getikt worden.
Elke keer als ze een kaartje hebben, betekent dat dat het die NIET is. Die kunnen ze dus van het antwoordbord afhalen. Als het goed is, blijft er dus uiteindelijk van wie, hoe en waar maar 1tje over, die het antwoord is. Wie heeft dit als snelste gevonden?!


 Loopspel

Leeftijd: 4-7 jaar

Duur: 15-30 minuten

Buiten/Binnen



Voordat je begint het je een aantal spullen nodig. Ik heb deze zelf gemaakt. Het gaat hier om 2 houten platen waar 10 kaartjes op kunnen worden gehangen en de kaartjes zelf.
Van te voren bedenk je welk thema je wil gebruiken. Bijvoorbeeld "lente". Bij dat thema maak je 10 kaartjes, met plaatjes. Bijvoorbeeld bloemetjes, een lammetje, een bijtje... Enzovoorts. Van die kaartjes zorg je dat er telkens 4 van zijn. 2 Voor de teams en 2 voor in het spel. De 2 voor de teams hoeven niet in de juiste kleur te zijn, als ze maar op het juiste bord hangen die WEL die kleur aangeeft. De twee in het spel moeten WEL de kleur hebben. Anders gaan kinderen de verkeerde kaartjes zoeken uiteindelijk.
De kaartjes kunnen opgehangen worden met klittenband.
Ik heb boven elk kaartje ook een haakje hangen. De kaartjes uit het spel hebben dan een gat bovenin. Die kunnen worden opgehangen als ze zijn gevonden, zo blijft het overzichtelijk welke de kinderen nog moeten zoeken.

In het spel zijn er dus twee teams. Allebei de teams moeten een leider hebben. Of je moet het ovezicht goed kunnen bewaken, dan kan het ook alleen.
Je legt uit dat de kinderen de eigen kleur kaartjes moeten zoeken. Die heeft de leidster van te voren verstopt in het speelveld. Maar dat gaat niet zomaar... De leidster geeft telkens aan welk kaartje er gezocht moet worden. Wijst de leidster dus aan dat groep Geel op zoek moet naar het bijtje, en groep Rood moet het lammetje zoeken, dan moeten ze ook echt met dat kaartje aankomen. Het kaartje kan worden opgehangen bij het houten bord. Dan geeft de leidster opnieuw een kaartje aan die moet worden gezocht. Zo gaat het door tot 1 groepje als eerste alles heeft gevonden.

 Het leuke is dat je verschillende thema's kunt aanhouden als je even de tijd neemt om veel kaartjes te maken. Zo kun je dit spel vaak spelen, maar is het toch nooit hetzelfde!